Taal in de Tinteltuin
Empty tab. Edit page to add content here.
Vrije teksten

taalintinteltuin02Vrije teksten gaan vaak over eigen ervaringen, gedachten en gevoelens en zijn gegrepen uit het leven van kinderen. Tekstenschriften en tekstbestanden geven samen een beeld van het leven van een leerling in zijn/haar omgeving. Kinderen vinden het leuk om te horen hoe iets bij anderen gaat. Ze merken dat klasgenoten vergelijkbare dingen meemaken. Verschillen en overeenkomsten horen ze achter elkaar. Dat wekt nieuwsgierigheid. De leerlingen zijn vaak heel betrokken bij de gesprekken die ontstaan en leren elkaar gerichter en systematischer bevragen. Ze komen heel wat over elkaars denken en voelen te weten. Ze denken na over hun eigen situatie en leren een mening te vormen. Een gesprek over een concrete gebeurtenis in een tekst, biedt een opening naar eigen belevenissen. Er komen nieuwe ideeën en interesses in de groep en het inspireert tot verder werk en het schrijven van nieuwe teksten.

In de kleuterklassen komen vrije teksten ook aan bod in het praatrondeboek, bij onderzoekjes… De kleuters tekenen dan wat ze belangrijk vinden, aanvullend op een tekst/notities van de leerkracht. Tegen het einde van de derde kleuterklas schrijven de kleuters soms ook zelf één of meerdere woorden in kapitalen. Vrije teksten in de kleuterklassen gebeuren ook naar aanleiding van bijvoorbeeld een tekening. De leerkracht laat de kleuter dan vertellen wat ze zien of hebben getekend. Hier wordt dan een korte tekst bijgeschreven. De vrije teksten laten we zo goed mogelijk leven in de klassen door ze op te hangen, te verzamelen in een klassikaal tekstenboek…

De leerkracht geeft het goede taalvoorbeeld, heeft gevoel voor taalverschillen, kent taalregels en is kritisch op het taalgebruik. Hij/zij let op wat kinderen bezighoudt, draagt ideeën en tips aan die kunnen bijdragen tot het resultaat en prikkelt hen om strategieën te bedenken en te experimenteren. De leerkracht helpt aarzelende kinderen op weg met woorden en ideeën. Als teksten in de kring worden voorgelezen, let hij/zij er op dat er respectvol wordt geluisterd. Als de sfeer goed is blijven de leerlingen met persoonlijke teksten komen. Na het voorlezen van de tekst begint de leerkracht met een open vraag, geeft hij/zij het kind ruimte om zijn bijdrage te bevestigen, om verder te vertellen of om het opnieuw te formuleren. Hij/zij helpt gesprekken op gang en zorgt ervoor dat vragen zoveel mogelijk aansluiten bij de gedachtelijn van de tekst of beweert het tegenovergestelde om denkprocessen te bevorderen.

Eerste versies worden doorgenomen, liefst samen met de schrijver(s). De leerkracht overlegt met die kinderen wat er heel gericht geoefend kan worden en waarom. Het mag nooit zo zijn dat bij extra oefeningen de taal verkommert. Als je de vorm losmaakt van de functie verliest het oefenen namelijk een belangrijk deel van de betekenis. De teksten, zinnen en woorden van de kinderen leveren ook hier weer het basismateriaal voor het taalonderwijs. Elk kind kan op het eigen taalniveau aan het werk om zo telkens een stapje verder te komen. Technische schrijfvaardigheid staat steeds in dienst van de inhoud en bedoeling van de teksten. Het gaat om de eigen taal, de eigen beleving en weten waarom je iets oefent. Kinderen krijgen er plezier in om hun taal actief te gebruiken, ze ontwikkelen communicatie, expressie en taalordening al doende in functionele gebruikssituaties. Ze leren zeggen en schrijven wat ze op hun hart hebben.

Om de lezers in te palmen wordt de eindtekst mooi vormgegeven (bladspiegel met voldoende wit om de tekst, een overzichtelijke indeling, functioneel gebruik van lettertypen, mooie illustraties…). Aan de hand van mooie voorbeelden of met behulp van een beamer kan de vormgeving regelmatig onderwerp van reflectie in de kring zijn.

Veel eigen teksten schrijven, teksten regelmatig in de kring voorlezen, er met gevoel over praten, wekelijks enkele teksten bespreken en optimaal bewerken, eindteksten (uitdagend) vormgeven, vermenigvuldigen en verspreiden is de oplossing die freinetleerkrachten in de praktijk hebben ontwikkeld (en nog steeds ontwikkelen) om geschreven taal voor leerlingen tot authentiek leren te maken. Taaldomeinen worden niet van elkaar gescheiden. Er is altijd een samenhang tussen praten, luisteren, schrijven en lezen. Het zal duidelijk zijn dat computers hierbij vaak een zinvolle rol spelen. De in het schoolwerk geïntegreerde vrije tekst staat centraal in het (taal en WO-)onderwijs.

Tekstbespreking

Een gekozen tekst wordt door de groep besproken. De motieven waarom voor een bepaalde tekst wordt gekozen, zijn heel verschillend. De tekst staat op het bord, wordt met de beamer geprojecteerd of is vermenigvuldigd. Daar is hij dan ‘met zijn tekortkomingen’.
Meestal wordt hij eerst nog een keer hardop (door de auteur(s)) voorgelezen. Als je een tekst voor jezelf leest, lees je over dingen heen.
Bij het hardop lezen struikel je regelmatig over minder goed lopende zinnen. Na het voorlezen kan de auteur nog wat toelichten en/of worden er  algemene vragen gesteld. De groep en de leerkracht praten eerst met
elkaar over de inhoud van de tekst, zonder dat dat onmiddellijk tot  veranderingen hoeft te leiden. Als de groep de inhoud goed begrijpt, gaat het bespreken vaak beter.

De tekst kan in de bespreking ‘vervolmaakt’ worden. Het gaat altijd eerst om de inhoud (duidelijkheid, volledigheid …). Meningen worden uitgewisseld, er wordt geredeneerd en bepaalde elementen worden toegelicht indien nodig.

Daarna gaat het over structuur, zinsbouw (alinea’s, titel, logische opbouw met begin en slot, chronologie, tijdsvormen…). De kinderen krijgen niet taalregel voor regel voorgeschoteld, maar ontdekken zelf het nut van regels en het effect van verschillende taalvormen. Ze zoeken naar de goede woorden voor een ervaring, geven verschillende oplossingen en bekijken met elkaar wat ze beter vinden klinken. Het is niet een kwestie van goed of fout, maar voorstellen worden tegen elkaar afgewogen. Er worden keuzes gemaakt. Menselijk taalgebruik is uniek en er zou geen norm moeten zijn om het te beoordelen. Het gaat om persoonlijk taalgevoel. Al doende krijgen ze gevoel voor mooie taal en lelijke taal, voor rare, spannende en saaie taal. De inbreng van de leerlingen bij veranderingen is groot. De schrijver wordt geholpen zijn/haar ervaringen nog beter te formuleren, nog beter op te schrijven, maar houdt een belangrijke stem. ‘De boodschap van de gekozen tekst komt in goed Nederlands te staan, zonder dat er iets van de frisheid verloren gaat.’ Verbeteringen zijn geen fouten, maar leermomenten. Twijfel hoort bij het zoeken naar een goede manier van
schrijven en levert iedere keer boeiende discussies op. Leerlingen ervaren, net als volwassenen, dat een tekst zelden in een keer goed is op te schrijven.

Een kritische houding ten aanzien van teksten groeit al doende. Leerlingen ervaren dat ze (samen) bijna altijd wel op papier kunnen krijgen wat ze willen zeggen. Al schrijvend en pratend ervaren kinderen dat taal een flexibel werktuig is. Ze ervaren dat herschrijven, polijsten en vervolmaken van een tekst hoort bij het proces van je helder schriftelijk uitdrukken en dat dit alles leidt tot een beter tekstbegrip. Kinderen leren ook hier weer vooral van mooie inspirerende voorbeelden.

Van kinderen vraagt een tekstbespreking dat ze belangstelling hebben voor de schrijver en voor de manier waarop de tekst geschreven is. We willen hen leren om respectvol feedback en kritiek te leveren. Bij het bespreken van de tekst wordt ook rekening gehouden met de toekomstige lezers. Op school praat je anders dan op straat, op de club anders dan thuis, een mail aan je vriendje is anders van toon dan een brief aan het gemeentebestuur.

Bij de tekstbespreking heeft de leerkracht regelmatig de leiding. Hij/zij maakt een keuze voor twee, hooguit drie aspecten waar het accent op gelegd zal worden en laat die keuze vooral bepalen door de aard en inhoud van de tekst. Hij/zij denkt bewust hardop, stelt vragen en geeft voorbeelden. De leerkracht geeft gericht beurten, adviezen en vraagt om toelichting. Hij/zij is de aansticht(st)er tot het preciseren en nuanceren van gedachten in geschreven teksten, zorgt voor afwisseling en kan de vaart in de bespreking houden.

Klasoverschrijdend werken met teksten in de lagere school

Sinds het schooljaar 2013-2014 willen wij extra en zeer bewust inzetten op het gebruik en de meerwaarde van vrije teksten. Om te werken met een zo breed mogelijk aanbod, een zo gevarieerd mogelijke input en voldoende afwisseling en uitdaging komen wekelijks alle klassen van de lagere school een volledige werktijd samen om gericht te werken rond teksten. In het begin blijven de kinderen van het eerste leerjaar in de eigen klas. Na de herfstvakantie kunnen ook deze leerlingen, op verzoek, aansluiten bij de andere leerlingen om te werken rond teksten. Na de paasvakantie is er ook de kans voor kinderen van de derde kleuterklas om op verzoek deel te nemen aan deze werktijd.

De leerkrachten zijn er om dit alles in goede banen te leiden en bij te sturen, tips te geven… waar nodig. Maar vooral de leerlingen helpen elkaar en willen ook graag door elkaar geholpen worden. Een kind uit de eerste graad dat dankzij de ondersteuning van een ouder kind komt tot een prachtige, (eigen), afgewerkte tekst… Dat geeft voor alle betrokken partijen enorm veel voldoening en het zit vol met allerlei leermogelijkheden. Tijdens het klasoverschrijdend werken met teksten kunnen de leerlingen kiezen uit het individueel of in groep maken/afwerken van een tekst, het overtypen van een vrije tekst op de computer, het maken van een illustratie bij een tekst of het aanbieden/vragen van hulp aan een andere leerling. Onmiddellijk hierop volgend wordt er telkens een toonmoment gehouden (2de en 3de graad samen, 1ste graad samen). We merken op dat er, dankzij deze ingeplande ‘vrije teksten-werktijd’, meer, langere, betere, verrassendere… teksten uit de potloden van de kinderen vloeien.

Klaskrant

taalintinteltuin03Een klaskrant geeft vooral weer wat er leeft in de klas. Het is veelal een bundeling van schrijfsels en ontwerpen die illustreren waar de klas mee bezig is (uitstappen, projecten, onderzoekjes…): een stukje sfeer van in de klas gaat zo naar de andere klassen, gaat mee naar huis en/of komt terecht in de correspondentieklas. Voor kinderen is het fijn en vooral motiverend om te ervaren dat hun creaties zin hebben. Ze hebben er voldoening van dat hun bijdragen in verschillende contexten gebruikt worden. Het is een zinvolle, extra schakel tussen de groep en thuis. Klaskranten stimuleren het op papier zetten van gedachten en verhalen, leveren goede oefeningen in het stellen, stimuleren het samenwerken en zorgen voor meer vaardigheid op de computer. Bovendien letten de leerlingen op spelling en maken ze gebruik van illustratietechnieken.

Door de komst van de computer is een idee uit de jaren dertig door freinetgroepen in een paar jaar omgevormd tot een eenvoudig, veelzijdig en krachtig hulpmiddel. Een eigen krant geeft een actueel beeld van wat er in de groep gaande is en wat kinderen in hun vrije tijd beleven. De kinderen verzorgen zelf de tekst en lay-out.

Tijdens het samenstellen haalt de redactie (die telkens wisselt) al zo veel mogelijk fouten uit de teksten. Freinetleerkrachten streven er naar dat verhalen die op school vermenigvuldigd en verspreid worden foutloos worden afgedrukt. Dat geldt dus ook voor de klaskranten. Een verzorgde krant nodigt uit om te gaan lezen. De redactie zal (als dat nodig is) hulp vragen aan klasgenoten die vaardig zijn met de computer of met het bundelen/presenteren van teksten (kolommen, lettertype en –grootte, illustraties…). Alles wat ze zelf kunnen, doen ze ook zelf. De leerkracht houdt in de gaten of het werk tijdig afgeraakt en geeft tips over mogelijke artikelen of foto’s. De leerkracht leest in ieder geval de eerste versie en voorziet die van de nodige verbeteringen (liefst zoveel mogelijk in samenspraak met de kinderen van de redactie).

Kinderen leren kranten zien als communicatie- en informatiemiddel. Door de grote lezersgroep (andere leerlingen, leerkrachten, ouders, familie…) leren de kinderen dat je ook in deze teksten rekening houdt met je lezers.

We willen iedereen uitnodigen om de klaskranten te lezen via de klasblogs of op papier via de krantenmuur aan het bord onder het afdak.

Leesplezier

Lezen en schrijven leren we aan met de Alfabetcode, een methode van professor Erik Moonen. Het basisidee is dat we vertrekken vanuit klanken, die we vervolgens leren schrijven. Leren lezen doe je dan weer door te leren schrijven, en niet andersom. Op die manier vertrekken we van wat kinderen kennen en kunnen (spreken) en leren we op basis daarvan nieuwe dingen (schrijven en lezen) aan. Alles wat je kan schrijven, kun je immers ook lezen, maar het omgekeerde is niet waar. Wie eerst leert lezen, zal nadien ook moeten leren schrijven.

Verleiden tot lezen

Kinderen raken al vanaf de kleuterklas nieuwsgierig naar letters, woorden, zinnen en teksten. Lezen is zoeken naar de betekenis van het geschrevene. Koppeling van techniek en inhoud is van bij de start belangrijk en het lezen is voor de leerlingen steeds zinvol.

Werken met materiaal van kinderen, ze confronteren met teksten, opschriften, woorden die ze interessant vinden, leert hen vooral dat lezen leuk en boeiend is.

Naast het leren technisch lezen ligt het accent op het bevorderen van plezier in lezen en zijn begrijpend lezen en leesstrategieën vooral gekoppeld aan de werkstukken, onderzoeken en projecten.

We willen kinderen de gelegenheid bieden om hun kennis en smaak ten aanzien van boeken te ontwikkelen en zetten de verschillende activiteiten die we in de groep ondernemen om het leesplezier te bevorderen op een rijtje:

kinderen zo veel mogelijk in aanraking brengen met mooie, spannende en leuke boeken en gedichtenbundels. Boeken meenemen, in de kring een nieuwe aanwinst laten zien, boeken zoeken die passen bij onderwerpen die in de groep aan de orde zijn.

  • In de schoolbib vinden de kinderen themaboeken.
  • In elke klas is er een gezellige leeshoek.
  • Er is veel te lezen in een klas: vrije teksten in kranten, een werkstukpresentatie, een mooi gedicht en een leeshoek met uitgebreide boekencollectie.
  • Maandelijkse bibliotheekbezoeken.
  • Als kinderen een boek uit hebben, kunnen ze er in de kring over vertellen, ze bereiden een boekpresentatie voor.
  • In de kring vertellen over een boek dat je mooi vindt.
  • Tijdens gesprekken over boeken komen literaire termen aan bod.
  • Kinderen kunnen ‘lezen’ op het werkplan invullen, dit is veel meer dan zomaar opvultijd als ander werk af is.
  • Sommige kinderen worden geholpen bij het kiezen van boeken.
  • Regelmatig wordt er in alle klassen voorgelezen. Ook lagere schoolkinderen lezen soms voor bij kleuters (een vrije tekst of klaskrant die zelf schreven, zinnen die ze pas leerden lezen, …). Het is een heel inspirerende vorm van leespromotie, het brengt leerlingen ook in aanraking met allerlei onbekende woorden, die ze snappen door hun verband.
  • Leesouders kunnen samen met kinderen lezen, dat kan natuurlijk ook in het Frans.

taalintinteltuin01Taal komt als kernvak in alle facetten van ons freinetonderwijs aan bod. Voor taal werken we niet met een methode. Dat sluit niet aan bij het ontdekkende, ervaringsgerichte, realistische levende leren dat we willen bieden.

Taalonderwijs in een freinetschool is levend onderwijs realiseren aansluitend bij het klasleven, rekening houdend met individuele leerstijlen en behoeften. Het systeem is gebaseerd op het leren – leren – principe. Kinderen doen individueel of in groepjes onderzoeken. Ondertussen leren ze notities maken, bronnen raadplegen, mondeling en schriftelijk rapporteren. Het is de rol van de leerkracht om kinderen te stimuleren, aanwijzingen te geven, gericht instructie te geven en oefenmateriaal te voorzien. We leren hier ook dat informatieve teksten niet zomaar worden overgeschreven, maar dat we eigen woorden geven aan datgene wat we eruit leerden.

Mondelinge component

Al van in de kleuterklassen gaan we al spelenderwijs aan de slag met slakkentaal. Hiermee stimuleren we het foneembewustzijn van de kinderen (auditieve synthese en analyse). In de praatronde, klasraad en kinderschoolraad leren kinderen hun mening te verwoorden,
voorstellen te brengen, standpunten te verdedigen en te luisteren naar mekaar. Bij projecten, werkstukvoorstellingen en op het wekelijkse forum leren ze zich verbaal te uiten voor een grotere groep van kinderen en volwassenen.

Schriftelijke component

Mooie handschriftontwikkeling en foutloos leren schrijven zijn belangrijke peilers in ons schriftelijk taalonderricht. Als leidraad voor de handschriftontwikkeling gebruiken we het materiaal dat ontwikkeld werd in Nederland door Astrid Scholten en Ben Hamerling. Lettervormgeving staat centraal in hun benadering waarbij gewerkt wordt aan zowel waarneming als lichaamshouding en mentale attitude t.a.v. de schrijfopdracht. Bij de leerkrachten ligt de grote uitdaging om het quasi perfecte voorbeeldhandschrift steeds opnieuw toe te passen : eigen vaardigheid maakt essentieel deel uit van dit traject.

Lezen en schrijven leren we aan met de Alfabetcode, een methode van professor Erik Moonen. Het basisidee is dat we vertrekken vanuit klanken, die we vervolgens leren schrijven. Leren lezen doe je dan weer door te leren schrijven, en niet andersom. Op die manier vertrekken we van wat kinderen kennen en kunnen (spreken) en leren we op basis daarvan nieuwe dingen (schrijven en lezen) aan. Alles wat je kan schrijven, kun je immers ook lezen, maar het omgekeerde is niet waar. Wie eerst leert lezen, zal nadien ook moeten leren schrijven.

In de kleutergroepen besteden we reeds op jonge leeftijd aandacht aan de juiste pengreep, een goede schrijfhouding en geschikt materiaal. Met o.a. voorbereidende inkleuroefeningen worden de kleuters voorbereid op het leren schrijven. Deze aandacht organiseren we doorgaand tot en met het einde van de lagere school.

Taalsystematiek wordt aan de hand van eigen teksten van de leerlingen behandeld. Praktijkgericht toepassen van bovengenoemde aspecten komt doorheen heel ons freinetonderwijs ruimschoots aan bod. Vrije teksten, de klaskranten, verslagen van praatronde en klasraad… hebben we graag in orde, d.w.z. verbeterd en met een correcte lettervormgeving en lay-out.

Taalpakketten, vrije teksten, werkstukken en klaskranten zijn een weerspiegeling van wat kinderen op taalniveau bereikt hebben. Correct taalgebruik durven we positioneren als een uitdaging die ieder voor zich aangaat. Verbeteringen aanbrengen krijgt zo een positieve klank: “we willen het graag mooi en goed, dus we verbeteren graag”.

Contacteer Ons

Bedankt voor u bericht, wij zullen u zo snel mogelijk antwoorden.

Not readable? Change text. captcha txt

Start typing and press Enter to search